VOEDSEL
DIER
PLANT
BLOEMEN / GROENE DETAILHANDEL
GROENE RUIMTE EN MILIEU
Intredeposities van mbo'ers groen in 2013

De belangrijkste conclusies 

Vanuit het perspectief van ex-studenten worden in het rapport diverse positieve en negatieve uitkomsten en ontwikkelingen aan het licht gebracht:
  • De werkloosheid onder mbo’ers groen anderhalf jaar na diplomering is verder toegenomen tussen 2010 en 2013 (3,9% → 12,6%). De werkloosheid is sterker gestegen dan bij alle mbo’ers (5,6% → 10,5%).
  • Naast de toegenomen werkloosheid zijn steeds meer aanwijzingen te vinden dat de economische crisis het arbeidsmarktperspectief van recent afgestudeerde mbo’ers groen flink heeft aangetast. Zo zien de mbo groen gediplomeerden vanaf 2010 steeds minder loopbaanperspectieven in hun intredefuncties. Verder is het niveau van de intredefuncties vanaf 2012 vaker onder het eigen opleidingsniveau en hebben werkenden in 2013 minder vaak een vaste baan en vaker een tijdelijke aanstelling dan in voorgaande jaren.
  • Mbo groen gediplomeerden zijn ongeveer net zo tevreden over hun intredefunctie als alle mbo gediplomeerden, ondanks dat de intredefuncties van mbo’ers groen qua niveau en richting minder vaak aansluiten op de gevolgde opleiding dan bij alle mbo’ers, de werkloosheid hoger is en het loon lager ligt.
  • Het arbeidsmarktperspectief van de opleidingsrichtingen in het mbo-groen is het best bij 'Dier productie' en 'Plant' en het slechtst bij 'Dierverzorging algemeen' en 'Dier recreatie'. Het arbeidsmarktperspectief van de opleiding 'Dierenartsassistent' is sinds 2012 fors verslechterd.
  • Mbo’ers groen lijken in toenemende mate van belang voor de personeelsvoorziening in de groene topsectoren 'Agro & food' en 'Tuinbouw & uitgangsmaterialen'. Was in 2012 circa een vijfde van de werkende mbo’ers groen anderhalf jaar na afstuderen werkzaam in één van de twee groene topsectoren, in 2013 is dat drie op de tien. De exacte oorzaken en achtergronden van deze ontwikkelingen zijn niet achterhaald in het onderzoek.
  • In tijden van laagconjunctuur en een ruime arbeidsmarkt kunnen gediplomeerden reageren door de toetreding tot de arbeidsmarkt uit te stellen en te kiezen voor een nieuwe (vervolg)opleiding. Tussen 2010 en 2013 treedt dit fenomeen niet op als we de totale groep mbo groen gediplomeerden bekijken. Het aantal doorstudeerders in voltijds opleidingen blijft min of meer gelijk (20% à 25%) en het aantal doorstudeerders in deeltijd-/duale trajecten is zelfs afgenomen (van 18% in 2010 naar 12% in 2013).
  • Mbo’ers groen zijn iets minder dan overige mbo’ers gericht op doorstuderen in het hbo: circa 40% van de mbo’ers groen tegenover circa 45% van alle mbo’ers stroomt door naar het hbo.
  • Mbo groen gediplomeerden zijn iets minder positief dan alle mbo gediplomeerden over de aansluiting tussen de gevolgde opleiding en de vervolgopleiding. Volgens de mbo’ers groen kan met name de aansluiting met het niet-groene mbo en met het hbo beter.
  • Sterke punten van het mbo groen zijn de sfeer op school, huisvesting en de bpv-begeleiding vanuit de bedrijven. In pedagogisch-didactisch opzicht, onder meer waar het gaat om de manier waarop leraren lesgeven, de manier van examineren en kwaliteit van examens is de laatste drie jaar lichte vooruitgang geboekt.
  • Belangrijke verbeterpunten blijven de aansluiting met het hbo, het niveau en de diepgang van de opleidingen, de voorlichting over studie- en beroepsmogelijkheden, de (studie)begeleiding en de bpv-begeleiding vanuit school (ondanks lichte vooruitgang op dit aspect in recente jaren).







 


Rapport: Intredeposities mbo'ers groen in 2014

Trendrapportage: 17 jaar zicht op mbo groen gediplomeerden

Groen in perspectief! Trendbrochure: mbo groen gediplomeerden door de jaren heen