VOEDSEL
DIER
PLANT
BLOEMEN / GROENE DETAILHANDEL
GROENE RUIMTE EN MILIEU
Intredeposities van mbo'ers groen in 2012

De belangrijkste conclusies
 
Net als bij alle mbo’ers is de werkloosheid onder mbo’ers groen anderhalf jaar na diplomering fors toegenomen, bij mbo’ers groen tussen 2010, 2011 en 2012 in versterkte mate (3,9% → 7,1% → 9,6%).

Hoewel werkende mbo’ers groen in een grote variëteit aan arbeidssectoren terecht komen, is er een sterke binding tussen mbo groen en het – ook sectordoorsnijdende – groene arbeidsdomein. Zij werken in 2012 weliswaar iets minder dan een jaar eerder in een groen arbeidsdomein (81% → 74%), maar hun voorkeur voor werken in het groen lijkt dominant. 80 procent van de werkenden in een groen domein, wil daar in de toekomst ook zeker in blijven werken.

Opvallend is de gestage toename van het aandeel dat werkzaam is in de ‘industrie’, en met name het gegeven dat het hier in grote meerderheid de sociale werkvoorziening betreft. Klaarblijkelijk biedt het groen mbo voor de sociale werkvoorziening een belangrijke mogelijkheid haar werknemers via de bbl-route te kwalificeren op mbo-niveau 1.

Mbo’ers groen lijken van belang voor de personeelsvoorziening in zogenaamde topsectoren. Eerste analyses wijzen erop dat een substantieel deel - een vijfde - van de werkende mbo’ers groen anderhalf jaar na afstuderen werkzaam is in één van de twee groene topsectoren. Van de mbo’ers groen die opgeleid zijn in een richting passend bij de topsectoren is dat bijna 40 procent.

Het bruto-maandloon is nauwelijks gestegen (van € 9,24 in 2010 en 2011 naar € 9,41 in 2012).

Het aandeel werkende mbo’ers groen dat een intredefunctie vervult op hun opleidingsniveau - verticale match - is de afgelopen drie jaar gestaag gedaald (66% → 64% → 57%). In vergelijking met het gehele mbo is het niveau van de intrede-functie bij mbo’ers groen gemiddeld lager, en heeft ook de niveaudaling zich sterker gemanifesteerd.

Wat de match tussen opleidingsrichting en de richting van de intredefuncties betreft is bij mbo’ers groen de afgelopen drie jaar sprake geweest van schommelingen: na een stijging van het aandeel met een horizontale match tussen 2010 en 2011, is in 2012 weer sprake van een daling (62% → 74% → 61%). Het aandeel van alle mbo gediplomeerden met een horizontale match ligt hoger dan bij mbo’ers groen.

De afgelopen drie jaar heeft zich weinig verandering voorgedaan in het oordeel van mbo’ers groen over hun functie. Nog steeds is tweederde tevreden met de functie die ze hebben, een ongeveer even groot percentage als bij alle mbo’ers. Dezelfde constatering kan worden gemaakt waar het de door de respondenten zelf ervaren aansluiting tussen opleiding en intredefunctie betreft; driekwart van de werkenden meent dat de aansluiting in het algemeen redelijk of goed is.

De uitstroom naar een vervolgopleiding na diplomering in mbo groen is de afgelopen drie jaar (met ongeveer 40%) vrij constant gebleven. Mbo’ers groen zijn minder dan overige mbo’ers gericht op doorstuderen in het hbo. Doorstuderen betekent voor meer dan de helft van hen kiezen voor een andere opleiding in mbo groen (deels opstromers binnen mbo groen).

Met name de aansluiting tussen mbo groen en een vervolgopleiding in het groene hbo heeft zich de afgelopen jaren naar het oordeel van de doorstudeerders in positieve zin ontwikkeld (oordeel goed: 14% → 27% → 33%). Klaarblijkelijk is sprake geweest van versterking van de groene beroepskolom.

Mbo’ers groen zijn de afgelopen drie jaar duidelijk positiever gaan oordelen over ‘doorleer-competenties’ die zij in hun mbo groen opleiding hebben opgedaan: in toenemende mate vinden zij hun opleiding een goede basis om kennis en vaardigheden verder te ontwikkelen (37% → 49% → 55%). Er is geen verandering gekomen in het oordeel van de gediplomeerden over de betekenis van hun mbo-opleiding voor een start op de arbeidsmarkt; zo’n vier op de tien mbo’ers groen menen dat de opleiding hiervoor een goede basis biedt.

Het oordeel van mbo’ers groen over moeilijkheidsgraad, diepgang en breedte van hun opleiding laat een gedifferentieerd beeld zien, vooral afhankelijk van het opleidingsniveau en de opleidingsrichting. Wat dat betreft zijn er geen grote verschillen met voorgaande jaren. Wel is er de laatste drie jaar vooruitgang geboekt in pedagogisch-didactisch opzicht, onder meer waar het gaat om de manier waarop leraren lesgeven, de manier van examineren en de (studie)begeleiding. Ook de begeleiding van de bpv vanuit de school is wat verbeterd.

Een inhoudelijk aandachtspunt waarop mbo’ers groen toenemende tekorten ervaren is hun probleemoplossend vermogen. Evenzeer als voorgaande jaren blijven onder meer vakkennis, het toepassen van kennis en technieken in de praktijk en bedrijfsvoeringaspecten belangrijke aandachtspunten.







 


Rapport: Intredeposities mbo'ers groen in 2014

Trendrapportage: 17 jaar zicht op mbo groen gediplomeerden

Groen in perspectief! Trendbrochure: mbo groen gediplomeerden door de jaren heen