VOEDSEL
DIER
PLANT
BLOEMEN / GROENE DETAILHANDEL
GROENE RUIMTE EN MILIEU
De loopbanen van cohort 2009 drie à vier jaar na afstuderen

De belangrijkste conclusies: 

De mbo groen gediplomeerden laten een grote variëteit aan individuele loopbanen - tussen hun intredepositie in 2010 en hun positie in 2012 - zien. Er worden een vijftal dominante loopbaanpatronen onderscheiden: ‘van werk naar werk’ (64%), ‘van studie naar studie’ (17%), ‘van studie naar werk’ (6%), ‘van werk naar studie’ (2%) en ‘overige patronen’ (11%).

Anno 2012, drie jaar na diplomering, behoort ruim driekwart van de mbo’ers groen tot de beroepsbevolking en daarvan heeft 92 procent een baan. De werkloosheid onder het cohort is tussen 2010 en eind 2012 fors toegenomen (2,8% → 8,2%). Kennelijk hebben niet alleen nieuwe intreders op de arbeidsmarkt last van de huidige economische crisis, maar geldt dat toenemend ook voor degenen die zich daar al enige tijd bevinden.

Met name afgestudeerden in de opleidingsrichtingen Dier en Bloemen en detailhandel blijken de relatief zwakste positie op de arbeidsmarkt te hebben, en afgestudeerden in de richtingen Plant en Groene ruimte en milieu de sterkste. Dit komt niet alleen tot uitdrukking in de werkloosheidspercentages van deze categorieën, maar voor de werkenden onder hen ook in hun doorgroei naar een hoger beroepsniveau.

Voor mbo’ers groen met betaald werk in 2010 en 2012 – met het loopbaanpatroon ‘van werk naar werk’ – is over de hele linie sprake van een duidelijke upgrading van het beroepsniveau waarop zij werkzaam zijn. Mbo’ers groen van lagere opleidingsniveaus profiteren daar meer van dan mbo’ers groen van de opleidingsniveaus 3 en 4; zij zijn vaker doorgegroeid naar een hoger beroepsniveau.

Het onderzoek laat zien dat er onder werkenden de eerste drieënhalf jaar na afstuderen sprake is van een hoge mate van arbeidsmobiliteit, tussen functies, tussen bedrijven én tussen branches/sectoren. De aard van de stromen tussen verschillende branches en sectoren is diffuus.

Het aandeel van de mbo’ers groen dat werkzaam is in een groen domein is tussen 2010 en 2012 per saldo gedaald van 89 procent naar 76 procent. Per saldo, want in 2010 werkte 89 procent in een groen domein, waarvan 17 procent anno 2012 het groene domein heeft verlaten en in 2010 werkte 11 procent in een niet-groen domein, waarvan 19 procent overgestapt is naar werk in een groen domein.

In de eerste drieënhalf jaar van hun beroepsloopbaan ontwikkelt zich toenemend een ‘passende match’ tussen opleiding en functie (50% → 67%). Zowel qua richting (horizontale match) als qua niveau (verticale match) is er sprake van een verbeterde match. Kennelijk wint mbo-groen tijdens de beroepsloopbaan van haar afgestudeerden aan arbeidsmarktrelevantie.

Ook tijdens hun beroepsloopbaan lijkt een leven lang leren bij mbo’ers groen een belangrijke plaats in te nemen. Dit komt onder meer tot uitdrukking in het volgen van (bij- en nascho-lings)cursussen en/of een bedrijfsopleiding, maar lijkt zich nog het meest te manifesteren in het leren op de werkplek. Van ‘learning on the job’ leren mbo’ers groen naar eigen zeggen verreweg het meest.

Drieënhalf jaar na diplomering is bijna een vijfde (nog) bezig met een vervolgopleiding, merendeels in het hbo.

In 2012 zijn mbo’ers groen uit 2009 – werkenden én studerenden – minder vaak positief over de door hen gevolgde mbo groen opleiding dan ze dat twee jaar daarvoor waren. Studerenden zien vooral tekortkomingen in de aansluiting op het hbo.







 


Rapport: Intredeposities mbo'ers groen in 2014

Trendrapportage: 17 jaar zicht op mbo groen gediplomeerden

Groen in perspectief! Trendbrochure: mbo groen gediplomeerden door de jaren heen